ODEB&TVER

Zal godsdienst binnenkort plaatsmaken voor economie?

Als het van u afhangt, vormt de verdwijning van het heilige Mariabeeld slechts het begin van een revolutie. Godsdienst blijkt namelijk het minst populaire vak te zijn bij de ijverige invullers van onze enquête. U schenkt economie daarentegen met plezier het meeste aantal uren. Hoogstwaarschijnlijk bent u na het zien van de schokkende uitslagen even het noorden kwijt. Gelukkig hoeft u zich niet druk te maken of in angst te leven.

Even ontdaan als u zochten we meteen steun bij meneer Debeuf, een gepassioneerde filosoof en godsdienstleerkracht. Eveneens nodigden we meneer Verstraelen uit, die ervan houdt zijn passie over economie met zijn leerlingen te delen. Nieuwsgierig als we waren, confronteerden we hen met de volgende bedenking: ‘Dreigt economie de godsdienstige lessen te vervangen?’ We plaatsten hen oog in oog met elkaar zodat een indrukwekkend debat kon losbarsten.

Moet godsdienst uren inleveren en vervangen worden door economie?

Tom Verstraelen: Uiteraard pleit ik voor meer uren economie, maar toch ben ik het om verschillende redenen  helemaal niet eens met deze stelling. Je ziet er duidelijk de nieuwe leerplannen, die voorgelegd worden aan het Vlaams Parlement, in terugkomen. Daarin staat dat men elke leerling een soort financieel, cijfermatig inzicht wil geven als in een toekomstig overkoepelend vak in elke richting. Dat kadert allemaal in het idee van een school die moet voorbereiden op een arbeidsmarkt. Als je 16, 18 of 22 jaar bent, moet je vaardigheden beheersen die onmiddellijk inzetbaar zijn en geld kunnen opleveren. Met die idee ga ik om twee redenen niet akkoord.

 Eén: als ik terugdenk aan mijn schooltijd besef ik dat ik vooral zaken ervaren heb die me hebben voorbereid op het leven en niet op de arbeidsmarkt. Volgens mij is dat het oorspronkelijke principe van de humaniora: de middelbare school moet je als mens voorbereiden op je leven in de wereld rondom ons én in de toekomst.

Twee: vandaag de dag ziet men onze economie alleen nog maar als een markteconomie. Er worden geen vragen bij gesteld. Zelfs in de lessen economie hebben we het niet meer over de andere soorten economieën die in de toekomst mogelijk zijn. Noch zijn we kritisch over de eventuele aanpassingen ervan. Ik vind het eigenaardig en een tekortkoming dat er te weinig aandacht is voor andere marktvormen. Ik pleit dus niet om minder economie te geven, integendeel. (lacht).

Oliver Debeuf: Een paradox!

Tom Verstraelen: Twee vragen stel ik mij wel bij ons kritiekloze gedrag. Eén: kan onze wereld dat aan in de toekomst? Ik zou dat voorstellen in de lessen economie, maar waarom ook niet in de lessen godsdienst of in een soort sociaal, op duurzaamheid gericht vak? Twee: is welvaart gelijk aan welzijn? Bij deze vraag belanden we bij de zingeving die besproken wordt tijdens de lessen godsdienst. Daar zien we immers grote problemen. We hebben nu een ongelooflijke vrijheid en mensen voelen zich ongelukkig door alle mogelijke keuzes: ze voelen zich ontworteld. Je kan de vraag over het waarom, die onze gemeenschap stelt, toch niet ontwijken? Waarom leven wij hier? Wat is de bedoeling van het leven? Moeten we in plaats van te streven naar maximale welvaart, niet eerder streven naar zoiets als maximaal geluk? Daar wordt eigenlijk nog weinig over gesproken of nagedacht en er worden weinig tools gegeven aan de jongeren om hun gedachten verder te ontplooien.

Oliver Debeuf: Mag ik jou uitnodigen om bij mij in de les daar iets over te komen zeggen, collega? Ik zou het niet beter kunnen uitdrukken! Zoals je zegt, legt men ook in mijn ogen de vinger op de wond: markteconomie wordt gezien als de enige economie; de enige ideologie. Het idee om bijvoorbeeld alle bezinnende vakken af te schaffen en te vervangen door ‘efficiëntere’ vakken, berust volledig op het markteconomisch denken. Met alle respect voor de lezers, maar die zijn er ‘vollenbak’ in getrapt. Het zijn kinderen van hun tijd, die denken dat het grote geluk zal bestaan uit zoveel mogelijk materiële dingen verwerven. Er zijn slechts weinig barrières in het onderwijs die daar nog tegenin gaan. Eén daarvan is een vak als godsdienst. Dat zegt immers dat er meer is in het leven dan veel verwerven en presteren. Het verwondert me dus enigszins dat leerlingen zelf meegaan in de logica van iets dat je op lange termijn toch niet gelukkig maakt. Dat is de kracht van propaganda. Propaganda slaagt erin om mensen te overtuigen dat ze in een systeem, waar ze zelf ongelukkig van worden, toch moeten volhouden.

Debat 1

Zou u godsdienst dan gewoon zo laten of wilt u het breder trekken en veranderen?

Oliver Debeuf: Het is op zich geen noodzakelijk gegeven in het leven. Er bestaan mensen die diep gelukkig zijn zonder godsdienst. Het hangt er dus vanaf waardoor je godsdienst wil vervangen en wat voor samenleving je wilt. Wil je een samenleving die volledig gefocust is op zoveel mogelijk produceren en mensen die daar als slaven in meegaan? Of wil je het humane ideaal van mensen die in het leven staan en meer doen dan produceren en slaaf zijn van hun werk? Je moet niet per se godsdienst behouden, maar je moet wel een vervangend vak vinden dat de verschillende werelden aantoont. Mijn voorkeur gaat naar filosofie, want het laat je kritisch nadenken.

 

Zou dat maatschappelijk inzicht zijn voor u?

Oliver Debeuf: Maatschappelijk inzicht? Op zich klinkt dat prima! Alleen hangt het er ook hier vanaf wat je onder die term verstaat.

Welke wijze woorden meneer Debeuf en Verstraelen daarover in petto hebben, ontdek je in een later artikel!

We kunnen vaststellen dat onze vakexperts in deze laatste gedachtewisseling het toonbeeld schetsen van een debat. Deze boeiende leerkrachten zitten namelijk volledig op dezelfde golflengte. Als het van meneer Verstraelen en Debeuf afhangt, moet Sint-Rita broodnodig een gulden middenweg zoeken tussen het economisch en filosofisch denken. Uit de antwoorden omtrent het nieuwe, nog onbestaande vak is immers gebleken dat de deelnemers van de Grote Enquête snakken naar lessen maatschappelijk inzicht. Zou dat een tussenoplossing bieden voor godsdienst en economie? Wat houdt deze gemeenschappelijke visie dan juist in? En wat verstaan mensen onder de term MI? Speciaal voor jou onderzoeken we dat nieuwe vak in een toekomstig artikel!


geschreven door

Sofie Olivier

Clemence Van Ginneken

3 gedachtes over “Zal godsdienst binnenkort plaatsmaken voor economie?

  1. Hoe wordt er gekeken naar een eventuele invoering van het vak LEF (levensbeschouwing, ethiek en filosofie) om godsdienst te vervangen? Je zou eventueel deze drie dimensies telkens met een economische inval kunnen benaderen om tot een compromis te komen?
    Opinions please…

    1. Sterk artikel!

      Het vak godsdienst vervangen door LEF lijkt me om meerdere redenen weinig haalbaar, en zelfs ongewenst. Praktische moeilijkheid is vooraleerst dat men dan aan de grondwet moet morrelen (met godsdienstvrijheid en vrij onderwijs als heel gevoelige en delicate onderwerpen). Bovendien is LEF een louter theoretische denkoefening. Er bestaat geen leerplan of handboek. Na al die jaren hebben de bedenkers nog steeds geen antwoord gegeven op de vraag wat er dan precies aan bod moet komen in dat vak en wat de concrete doelstellingen zouden zijn. Tot slot zijn de verdedigers van LEF m.i. niet eerlijk over hun intentie. Zij claimen ‘neutraliteit’ op een domein waar dit eigenlijk onmogelijk is. LEF is dus geen neutraal ‘alternatief’, maar verbergt eveneens een welbepaalde (atheïstische en secularistische) visie. De huidige levensbeschouwelijke vakken zijn op dat vlak tenminste wél duidelijk (en eerlijk).

      Verder denk ik dat een vak maatschappelijk inzicht/burgerzin een meerwaarde kan betekenen, evenwel naast en met levensbeschouwing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *