Met de neus in de boeken of tussen de organen?

In de enquête die Reada lanceert, komen jullie overeen dat de wetenschappelijke vakken om meer uren vragen en de klassieke talen moeten verdwijnen uit het 32-uren-pakket. Strookt de mening van de vakleerkrachten met jullie eisen? Wij trekken op onderzoek en komen volgende wijsheden te weten.

Wie is het? Zo luidt de titel van het bekende spel met die opstaande fotootjes. Helaas pindakaas spelen we dit nu niet, maar vertellen we u deze interessante weetjes. Els Bolsens is door velen bemind en vrolijk gezind. Ze geeft Latijn in het vierde en is bovendien titularis van een klas vol vijftienjarige schatjes. Verder geeft ze Grieks in die kleine, verborgen klassen in de derde graad. Spreekt ze vloeiend Latijn en Grieks? Wij vinden van wel! Ze is gefascineerd en begeesterd door de klassieke cultuur, maar ook Lieke Spithoven heeft een liefde voor verfijning. Zij is immers een biologe met een hart voor mens en dier. Haar wens bestaat erin om cultuur aan haar les toe te voegen, maar daar heeft ze niet genoeg tijd voor.

Kijk maar wat onze biologe van dienst hierover zegt: “Het culturele erfgoed is een aspect dat in de wetenschappen evengoed aanbod kan komen.”  Wetenschappen en kunst kunnen vaak hand in hand gaan volgens Spithoven. Bovendien haalt ze het volgende aan: “In de richting Latijn-wiskunde heeft men slechts drie uur wetenschappen – één uur fysica, één uur chemie en één uur biologie – en dat vind ik veel te weinig.” De door haar genoemde allround leerlingen, die zowel wiskundig als talig heel sterk zijn, krijgen volgens haar niet de mogelijkheid om het pakket wetenschappen verder uit te breiden. En dat vindt ze een spijtige zaak. “Moeten we dan misschien een aantal uren van de wiskunde nemen?”,  vraagt de Griekse dame zich af. Al snel reageert mevrouw Spithoven: “Neen, dat gaat niet, want wiskunde is de ‘hulpwetenschap’.”

“Ik acht het culturele aspect van de klassieke talen heel belangrijk”, vertelt mevrouw Bolsens ons. Het is ook daarom dat men in de richting klassieke talen vier uur Latijn en/of Grieks krijgt. Zo is er de tijd om én een basis te leggen én het culturele aspect te onderwijzen. “In het seminarie klassiek culturele vorming word ik verondersteld alleen de klassieke cultuur aan te reiken, maar in twee uren bereik ik niet hetzelfde dan wanneer ik vier uur ter beschikking heb”, beweert Bolsens. Ze heeft toch een aantal uren nodig om dus zowel basis als cultuur te onderwijzen.

Zoals we eerder hebben vermeld, zit het raakpunt tussen de biologe en de latiniste in het volgende: “Heb je meer uren nodig om de wetenschappen uit te diepen of moet je in de uren die je ter beschikking hebt andere accenten leggen?” “Neen, dan hebben we meer uren nodig”,  zegt mevrouw Spithoven. U ziet, u bent niet de enige met de wens van meer uren wetenschappen, de leerkracht verlangt dat evengoed. Dan rest er ons nog één vraag: is de leerkracht klassieke talen eventueel bereid om een of meerdere uren af te staan aan de wetenschappen? Als mevrouw Spithoven het zo ruim bekijkt en dus niet enkel aan de theorie vastgenageld blijft, is mevrouw Bolsens eventueel bereid om daarvoor een of meerdere uren af te staan.

 


geschreven door

Lola Ruyters

Sam De Groote

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *