“Altijd nood aan een uitdaging”

Na zeven intense jaren directeurschap verlaat de immer sympathieke en alom geliefde meneer Pierrart onze school der hopeloze gevallen. Deze charmante en gepassioneerde leider van de derde graad blikt in dit uitgebreide interview terug op het verleden en vertelt welke wending zijn carrière vanaf september zal nemen.  Laat u betoveren door de warmte en gedrevenheid van deze bescheiden man.

Welke job beoefende u voordat u directeur werd?

Mijn eerste stappen als leerkracht zette ik 30 jaar geleden bij de paters jezuïeten in mijn oude middelbare school. Daar gaf ik acht jaar lang Frans in de tweede en derde graad. Daarnaast onderwees ik ook andere vakken zoals geschiedenis, communicatiewetenschappen, socio-economische initiatie en Nederlandse expressie om aan een voltijds uurrooster te geraken. Door het toenmalige dalende leerlingenaantal had ik enkel nog maar uren in het derde jaar, hoewel ik dankzij mijn studies eveneens in het vierde, vijfde en zesde middelbaar mocht lesgeven. Na een tijdje besloot ik om ergens anders heen  te gaan, dus ik stuurde sollicitatiebrieven rond. Binnen de twee dagen bood Sint-Rita mij de job aan van een voltijdse leraar Frans die wegging omdat hij directeur werd op een andere middelbare school. Tot 2011 heb ik Frans gegeven, maar ik wilde wat meer reliëf in de doorgaans eerder vlakke onderwijsloopbaan. Op die manier ben ik erin geslaagd om ook andere dingen te doen dan lesgeven. Zo vervulde ik ook jarenlang de functie van leerlingenbegeleider voor de derde graad, werkte ik als praktijkassistent aan de universiteit voor de lerarenopleiding Frans en maakte ik deel uit van ontwikkelcommissie voor de Franse en Engelse eindtermen. Ik heb dus geprobeerd om altijd een uitdaging te hebben, waardoor  ik niet uitsluitend leraar of klastitularis was, ook al was dat wat ik het liefst heb gedaan.

Ambieerde u altijd al het directeurschap?

Dat was iets wat mij aansprak, maar het was geen ambitie. Het was weer een nieuwe uitdaging en zorgde weer voor wat reliëf. Je zoekt op een gegeven moment iets nieuws en opeens krijg je die kans. Ik voelde me toen sterk genoeg om die stap te zetten. Twintig jaar geleden zou ik daar te jong voor zijn geweest. Er kwam een moment dat ik dacht: “Waarom niet binnen deze school?”. Ik ambieerde geen directiefunctie op een andere middelbare school omdat ik hier te graag was en ben. Ik deel ontzettend hard de visie van de school, namelijk het leerlinggerichte en uitdagende aspect. Dat is in mijn ogen geen loze boodschap. Ik sta er volledig achter en vind dat we dat moeten blijven realiseren. Toen ik de aanbieding kreeg om het beleid van deze school mee te bepalen, zag ik dat wel zitten.

Op welke verwezenlijking bent u het meeste trots?

Het is altijd moeilijk om dat van jezelf te zeggen. Meestal laat ik dan anderen spreken. Mijn oud-leerlingen reageren meestal enthousiast over wat ik gedaan heb en de manier waarop mijn lessen  verliepen. Ook op mijn band met leerlingen als klasleraar in het vijfde en zesde jaar ben ik altijd trots geweest. Dat zijn dingen waar ik met plezier en met trots op terugkijk. Het is fijn om na zeven jaar directeurschap bij mijn vertrek te zien dat zowel leerlingen als leerkrachten het jammer vinden dat ik wegga. Dat streelt mijn ego. Dat maakt het een beetje moeilijker om te vertrekken, maar zo kan ik ook terugblikken op zeven heel mooie jaren. Toch kan ik niet direct een tastbare verwezenlijking noemen, want ik ben telkens een stukje in het raderwerk geweest. Die pluim wil ik dus helemaal niet op mijn hoed steken. Ik noem het liever de gedreven betrokkenheid bij alles wat er gebeurde binnen de derde graad. Daar ben ik wel fier op.

Wat is de mooiste herinnering aan uw carrière?

Het klopt dat ik enorm van muziek hou. Ik trok op het einde van mijn lessenreeks altijd met mijn cassetterecorder richting het parkje en we zongen daar dan telkens Franse liedjes. De vorige directeur, Jan Duden, heeft ooit een hitparade gemaakt van de meest memorabele lessen door aan alle leerlingen van het zesde middelbaar te vragen welke les men het meeste ging missen. Tijdens de proclamatie overliep hij dan de top tien. Op nummer één stond ‘Franse liedjes zingen met meneer Pierrart in het park’. Dat vond ik heel fijn om te horen. Nu spreken oud-leerlingen me nog veel aan over die fameuze lessen. Wanneer ik bijvoorbeeld een les over Proust gaf, bracht ik een kopje thee mee en wat madeleinekoekjes (n.v.d.r. de bekende madeleine-scène maakt deel uit van Prousts belangrijkste werk À la recherche du temps perdu). Zo van die fijne lessen waarover leerlingen achteraf opnieuw vertellen en de dankbaarheid die je van een klas of mensen krijgt, vind ik heel fijn.

Heeft u een leuke anekdote tijdens uw loopbaan op Sint-Rita overgehouden?

Ja, ik heb er veel. In mijn eerste jaar hier op school, stak een leerling uit het vijfde jaar tijdens de les zijn vinger op. Hij stelde me de klassieke vraag: ‘Meneer, hoe moeten we gekleed komen naar het mondelinge examen?’ Ik antwoordde op z’n Pierrarts: ‘Het interesseert me niet hoe je gekleed komt, als het maar goed is. Al kom je in pyjama, voor mij is dat allemaal hetzelfde.’ Tijdens zijn mondelinge proefwerk in december verscheen hij goed warm aangekleed in pyjama met berenpantoffels en een kamerjas terwijl de verwarming op een hete temperatuur brandde. Het jaar daarop kwam ik die jongen opnieuw op de trap tegen. Stomverbaasd zei ik ‘Amai, je legt je examen af in kostuum.’ Broodnuchter antwoordde hij: ‘Ja meneer, ik slaap nu in kostuum.’ Dat vond ik zo gevat.

Een andere fijne anekdote gaat over de Italiëreis. Ik heb vijftien jaar lang die reis gecoördineerd en getrokken. Op die verwezenlijkingen ben ik oprecht fier. Ooit was er een leerling die te diep in het glas had gekeken, iets wat af en toe wel eens gebeurt tijdens de Italiëreis. De medeleerlingen haalden me er dan – zoals gewoonlijk – bij. Ongerust zeiden ze: ‘Het gaat niet zo goed met hem, komt u alstublieft even mee?’ Ik kwam binnen op de kamer en meteen begon hij Frans te spreken: ‘Non monsieur Pierrart, je n’ai rien fait.’ Zo bleef hij daar nog even volledig in het Frans met me dialogeren. De dag erna kwam ik hem opnieuw tegen en zei: ‘Jongen, je zou beter vlak voor je examen eens goed drinken, want je Frans was gisterenavond perfect.’

Waarom verlaat u Sint-Rita?

Die vraag heb ik de afgelopen tijd al veel gehoord. Ik vind het fijn dat het een waarom-vraag is omdat ik zo hoor dat niemand mijn vertrek verwacht had. Het antwoord op de vraag is tweeledig. Ik ben zeer gedreven zoals al mijn collega’s, maar ik moet het nog meer dan tien jaar volhouden. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ik over enkele jaren het gevoel zou krijgen dat ik uitgekeken ben op mijn job. Dat is nu niet het geval, maar ik vrees dat dat binnen enkele jaren kan komen. Ik mis liever iets dan dat ik op een gegeven moment mijn werk beu ben, want ik heb altijd nood aan een uitdaging. Nu heb ik het geluk gehad dat er een opportuniteit is vrijgekomen. Elders gaat de huidige directeur na dertig jaar met pensioen. Wanneer die functie vrijkomt, begin je te twijfelen om te solliciteren. Mijn gezin waarschuwde me dan: ‘Je gaat het jezelf kwalijk nemen als je je niet kandidaat stelt.’ Die goede raad heb ik opgevolgd en na een selectieprocedure van enkele maanden werd ik plotseling gebeld met de boodschap dat ze mij verkozen als nieuwe leidinggevende. Dat was het moment om opnieuw alles op een rijtje te zetten en te temporiseren alvorens definitief toe te zeggen. Ik vertrek dus niet omdat ik het hier gezien heb, integendeel.  Ik ga dit alles ontzettend hard missen, maar ik kijk hier voor altijd met heel veel plezier op terug en kom met fijne gevoelens nog eens langs.

Wat gaat u volgend schooljaar doen?

Het CNO, het Centrum voor Nascholing Onderwijs, is een organisatie die afhankelijk is van de Universiteit Antwerpen (UA). Het centrum organiseert dagelijks nascholingen voor een zo breed mogelijke doelgroep. Daarbij horen leerkrachten, middenkaders, directies, secretariaatspersoneel, CLB-personeel en andere betrokkenen uit het basisonderwijs, het secundair onderwijs (ASO, TSO, BSO en KSO), het volwassenonderwijs en de hogescholen. De organisatie zoekt uit welke navormingen er aangeboden moeten worden. Onderwijsmensen over heel Vlaanderen komen naar deze nascholingen die doorgaan in Antwerpen Centrum en Wilrijk. Zelf heb ik er ook regelmatig nascholingen bijgewoond maar eveneens gaf ik er in het verleden zelf verschillende nascholingen. Heel wat collega’s kennen het CNO ook zeer goed en volgen er elk jaar bijscholingen. Op die manier is er ook een link met Sint-Rita! Ik heb nu de eer om van deze organisatie de directeur te mogen zijn. Na dertig jaar onderwijs blijf ik dus in onderwijs maar deze werking is ruimer dan binnen het middelbaar. Het is weer een nieuwe uitdaging, in het verlengde van mijn werk op Sint-Rita maar toch anders.

Heeft u nog een boodschap voor de Ritanen?

Gewoon voortdoen zoals men bezig is. Men zegt van mij al eens dat ik gedreven ben, maar eigenlijk geldt dat voor het hele korps en ook voor de leerlingen. Jullie voelen hopelijk dat wanneer jullie met initiatieven komen – zoals Reada – we die samen met jullie proberen te realiseren. Natuurlijk gebeurt dat met vallen en opstaan, want het blijft een leerproces. De initiatieven en gedrevenheid mogen blijven komen. Dat is voor mijn collega’s  zeker niet evident omwille van de lange, vlakke loopbaan. Ze moeten het kunnen uithouden. Ik citeer graag mevrouw Cornelissen, pedagogisch directeur, voor wie ik een hele grote bewondering heb. Naar aanleiding van de doorlichting zei ze: ‘We moeten ervoor blijven zorgen dat leerkrachten bedenkers mogen blijven en niet alleen uitvoerders van een leerplan zijn.’ Dat vind ik heel belangrijk.

Dat geldt immers ook voor de leerlingen. Je moet niet alleen blokken om te blokken, maar ook blokken om meer mens te worden. Dat is voor een leerkracht niet anders: niet alleen een leerplan afvinken, maar ook ideeën kunnen uitwerken en bedenker zijn. Veel leerkrachten zijn daarom in het onderwijs gestapt. Het draait erom dat de leerlingen moeten kunnen bepalen wat hen interesseert en waarin ze willen verdergaan. Jongeren moeten dus aanvoelen dat het niet om de punten gaat, maar gewoon om zelfontwikkeling: om meer mens te worden, om meer skills te ontwikkelen en om meer te weten te komen. Wanneer ze dan afstuderen, hoop ik dat ze bij zichzelf denken: ‘Ik heb wat bijgeleerd van aangename mensen.’ Ik hoop dat daar plaats zal voor blijven binnen deze innoverende school.

Ook draait alles om het welbevinden van leerkrachten én jongeren. Als dat er niet is, dan komt de rest er niet. Dat betekent niet dat alle lessen een feest moeten zijn of dat alle leerkrachten populair moeten zijn, maar leerlingen moeten wel voelen dat het boeiend is. Mensen moeten zich gelukkig voelen op een school.

Au revoir Pierri. We gaan u missen!

Avatar2

geschreven door

Uw readactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.