Heeft Ubuntu z’n naam dan toch niet gestolen?

In januari kwam ons spannende artikel, waarin we Ubuntu op de rooster legden, online. Onze Ubuntu-specialist, Koen Roggemans, snapte echter niet helemaal waar al de negativiteit vandaan kwam. Bij deze delen we graag zijn positieve kijk op de situatie. Is Ubuntu dan toch geen hopeloos geval van onze Heilige Rita? Je leest het hier!

Dag Koen, u plaatste een reactie op ons artikel over Ubuntu en we zouden het leuk vinden als u een algemeen en meer uitgebreid wederwoord op onze opinie zou willen geven. Veel mensen hier op school hebben een afkeer van zijn werkwijze, wat vindt u daarvan?

Ik snap eigenlijk niet zo goed van waar dat negatieve komt.

Ik heb het artikel gelezen en vond het niet zo sterk. Mijn eerste idee was: het zit ergens tussen een tweet van Donald Trump en een eindejaarsconference van Geert Hoste. Daarom dacht ik dat het misschien komisch bedoeld was. Wat ik er wel uit heb meegenomen, is dat er heel veel onwetendheid is over Ubuntu. Dat ligt voor een stuk aan ons hoor, dat neem ik mee.

De gedachte van open software is dat het een community gedreven concept is. Eens je het hebt, mag je ermee doen wat je wilt. Je mag het dus ook zelf verspreiden. Je moet je dan wel aan een aantal voorwaarden houden. Ook kan je feedback en suggesties geven om de werking te verbeteren. Mike dacht: “Ik start een bedrijf met de naam ‘canonical’. Zo kan de hele wereld gratis gebruik maken van een besturingssysteem dat veilig is en de privacy respecteert.” We spreken van 2004, denk ik, toen zijn eerste versie uitkwam. Dit was de versie van Ubuntu zoals we die nu kennen. Aan de evolutie van De software hebben heel wat meer mensen meegewerkt dan enkel het bedrijf erachter. Neem bijvoorbeeld het probleem met ‘hoofdtelefoon’ en ‘koptelefoon’ dat jullie aankaartten in jullie artikel. Dat komt puur door een slechte vertaling en iedereen die zich geroepen voelt dit op te lossen, heeft daar de mogelijkheid toe.

Toen we in 2002 of 2003 een elektronische leeromgeving nodig hadden op school, iets waarop leerkrachten digitale documenten konden delen met leerlingen, waren er veel commerciële oplossingen. Daarbij vormde zich één probleem: de hoge kostprijs. Ik ben dus naar iets anders op zoek gegaan en tijdens mijn zoektocht botste ik op een doctoraatswerk van een Australiër over leren op een afstand, die zo een open leeromgeving had ontwikkeld. Hij had deze software beschikbaar gesteld voor andere mensen. Hier was echter nog geen deftige Nederlandse vertaling van, dus heb ik die zelf gemaakt en dat doe ik nog steeds. Onze ELO is hetzelfde pakket als 15 jaar geleden, maar wordt wel regelmatig geüpdatet.

Omdat ik de vertalingen maak, zit ik mee in het netwerk van die open software, waardoor ik er enorm veel voordelen van zie. Als we het ergens niet mee eens zijn, veranderen we dat gewoon; iets wat bij aangekochte software niet gaat. Dat is dus het grote voordeel van de open versie. Wat het niet heeft – doordat het gratis wordt aangeboden- is een budget voor marketing. Het is dus niet gemakkelijk om aan naambekendheid te komen, iets waar bijvoorbeeld Apple geen enkel probleem mee heeft. Ik vond het een heel fijn idee dat wij als secundair onderwijs niet verder zouden inspelen op deze marketingmachine. We wilden jullie laten kennismaken met iets nieuws, iets anders. We hebben dus op onze eigen computers Ubuntu geïnstalleerd. Op je eigen laptop mag je wel doen wat je wil, maar Ubuntu is voor ons gewoon veel aangenamer om aan te werken.

We zien nu alle voordelen, maar zou de kritiek van leerlingen misschien kunnen komen doordat ze er niet echt goed mee kunnen werken?

Ja, dat is zeker zo en dat is voor een stuk onze schuld, maar ik weet eigenlijk niet goed hoe we dat moeten aanpakken. Ik droom al jaar en dag van een fatsoenlijk vak Informatica, zodanig dat we het grondig aan iedereen kunnen uitleggen. Zo kunnen we aantonen hoe het werkt en de voordelen ervan benadrukken.

Wij hebben inderdaad ook het gevoel dat we weinig informatie meekrijgen, omdat de leerkrachten vaak niet weten hoe het moet. Zo is het moeilijk om ermee te leren werken.

Dat is zeker zo, maar wat het moeilijker maakt, is ons respect voor ieder zijn persoonlijke keuze. Wie zijn wij om te zeggen dat je niet met iets anders dan Linux mag werken? Dat creëert een situatie waarbij leerkrachten werken met iets waar ze zich goed bij voelen. Op die manier zullen ze niet snel van systeem veranderen. Dat maakt het ook niet eenvoudiger. Het zou veel makkelijker zijn om te zeggen: “Voilà, iedereen gebruikt Ubuntu en niets anders!”. Mijn zoon zit in Zaventem op school en daar heeft iedereen dezelfde laptop, die je verplicht bent aan te kopen aan het begin van het eerste middelbaar. Zo kan het dus, hé, maar daar zou ik mij niet zo goed bij voelen. Ik heb graag eigen inbreng.

U bent dus duidelijk voorstander van een vak IT?

Ik ben daar zeker voorstander van, ja, een heel harde voorstander zelfs, zeker in de wereld waar wij in leven. Je bent zo verweven met de digitale wereld en het maakt zo’n groot deel uit van onze maatschappij. Als je later gaat werken, word je daar ongetwijfeld mee geconfronteerd en niet alleen op je werk, maar ook in het dagelijkse leven.

Iedereen loopt met zo’n levensgevaarlijk ding (lees: smartphone) in zijn handen en dat wordt eigenlijk zomaar geaccepteerd. Je gaat dat in de winkel kopen zonder enige achtergrondkennis. Ik zeg niet dat wij in een vak IT moeten uitleggen hoe je Snapchat moet installeren en hoe je dat moet gebruiken, dat is absoluut niet de job van de school, maar ik vind wel dat het de job van de school is om een overzicht te geven van wat er allemaal bestaat en ervoor te zorgen dat jullie niet in een hoop commerciële valkuilen trappen. Je kan pas een kritische en keuzebewuste burger zijn als je weet dat de keuze bestaat.

De meeste van jullie smartphones zijn in het beste geval na twee jaar kapot en worden daarna maar mee op de afvalhoop gesmeten. Ik weet niet of jullie van het bestaan van het merk Fairphone afweten. Niemand praat daarover. Fairphone is een merk dat zijn gsm’s maakt in fabrieken zonder kinderarbeid en je kan elk onderdeeltje van de gsm zelf vervangen. Het is toch spijtig dat mensen zich amper vragen stellen bij wat ze kopen? Het is toch onze taak als school om ze deze vragen wél te laten stellen? In het vak Nederlands zullen ze jullie toch ook proberen te leren wat een goede krant is en wat een flutkrant is, wat een goed boek is en wat een flutboek is. Daar wordt toch over gepraat? Dus waarom zou je dat dan niet op technologisch vlak doen? Mensen een beetje opleiden tot bewuste IT-gebruikers.

Als er een vak IT komt, zou het mij ook niet enkel gaan om hoe je Ubuntu en software moet gebruiken. Ik moet jullie niet leren hoe je een tekst in het vet moet zetten, maar je zou het toch al veel beter kunnen gebruiken als je weet waar het vandaan komt. Als je weet wat de geschiedenis is, dan begrijp je de software beter en kan je er de voordelen van zien. Als je daar op die manier naar kijkt, zal je zeggen: “Natuurlijk, daarom is dat zo!”  en “Dat is niet lastig, maar dat is een goed idee!”. Ik vind het heel belangrijk dat je in een vak IT het bredere plaatje zou zien, de dingen die je niet in de reclame leest, de dingen die je niet zomaar uit de handleiding haalt, dat zijn juist de interessante dingen. Als het internet niet werkt, moet je niet kwaad zijn hé, je zou blij moeten zijn dat het al zo vaak wél werkt! Als je een beetje structuur hebt over hoe het in elkaar zit, dan kan je verder gaan dan vloeken. Dan kan je aan een oplossing beginnen denken. Dat is wat ik mis hier op school. Als je met kennis naar de wereld kijkt, kan je er veel meer van genieten.

Een mooie, filosofische raad om mee af te sluiten. Bedankt voor uw reactie, meneer Roggemans!


geschreven door

Rosalie Custers

Lander Huyck


4 gedachtes over “Heeft Ubuntu z’n naam dan toch niet gestolen?

  1. Heel mooi artikel.
    Microsoft (en Apple, en ….) zijn heel erg sterk in marketing (‘in de markt zetten’ …) van hun (veelal minderwaardige-, virus gevoelige-, geheugen vretende-, niet-aanpasbare, …) producten. Heel erg goed dat Sint-Rita/Koen/de IT-medewerkers, een alternatief bieden.
    Informatica als vak over de graden heen zou welkom zijn. Niet enkel om meer ICT-kennis en -vaardigheden aan te leren, maar zeker ook om te leren structureel, probleemoplossend denken. Programmeren/algoritmisch denken kunnen op een toffe manier starten in het eerste jaar en veel toegevoegde waarde opleveren, vakoverschrijdend, in de derde graad.

  2. Kleine inhoudelijke correctie: “Het idee van open software komt van Mike Shuttleworth, de oprichter van het bedrijf achter Linux.” klopt niet.
    Open source bestond al veel langer – eigenlijk kon je pas copyright claimen op software vanaf 1974. Daarvoor was alle broncode vrij om te kopiëren. De naam Open Source is in 1997 bedacht door Richard Stallman.
    Linux is niet opgericht door Mike Shuttleworth, maar door Linus Torvalds.
    Mike Shuttleworth richtte Canonical op met de bedoeling een open en gratis besturingssysteem voor iedereen te maken in een tijd toen Apple bijna verdwenen was en Microsoft de ene boete na de andere kreeg voor misbruik van monopoliepositie en ander klantenbedrog. Dat besturingssysteem heet Ubuntu.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.