Wat de inspectie vergat te inspecteren

Hoewel haast iedereen ervan op de hoogte is en er door de gangen van het Sint-Ritacollege regelmatig het woord ‘inspectie’ galmde de laatste weken, blijft het voor de meerderheid van de leerlingen een mysterie wat dit fenomeen nu eigenlijk concreet inhoudt. Vrijdag 10 maart was hoofdinspecteur Gabriël Poppe, die onze school mee beoordeeld heeft, te gast op een middaginterview waarin hij heeft uitgelegd hoe schoolinspecties te werk gaan.

Een middelbare school beoordelen is geen eenvoudige taak, er komt veel werk aan te pas. De vraag die de hoofdinspecteur zich altijd stelt, luidt als volgt: “Zou ik mijn eigen kind aan deze school toevertrouwen?” Zelfs vóór de schoolgangers er iets van kunnen merken – behalve aan de zenuwen van sommige leerkrachten dan – is de inspectie al volop bezig: er worden bijvoorbeeld cijfers verzameld over hoeveel oud-leerlingen succesvol een master behaalden in bepaalde richtingen. Zo kunnen de inspecteurs een beeld krijgen van hoe geslaagd het onderwijs in deze school is en deze cijfers vergelijken met hun ondervindingen.

Vanop afstand kan je uiteraard geen betrouwbaar totaalbeeld krijgen, dus zijn er ook enkele inspecteurs die het zelf moeten ondervinden. Tijdens de les kan het je weleens opgevallen zijn dat er een onbekende vrouw of man werd toegevoegd aan je klasgroep.
Deze kritische personen hebben twee grote aandachtspunten: de inhoud van de lessen en het lesmateriaal enerzijds, en de bevlogenheid en motivatie van de leerkrachten anderzijds.

Inhoudelijk wordt er vooral gelet op de structuur van de uitleg en de methodes om gedurende 50 minuten de aandacht en interesse van de klas vast te houden. Denk dan bijvoorbeeld aan een chemisch proefje of een videofragment. Ook laten ze hun kritische blik over de cursus vallen; die moet zodanig opgebouwd zijn dat leerlingen thuis op hun eentje ook aan de slag kunnen. De voelbare passie in de uitleg van de leraars is even doorslaggevend als de gestructureerde inhoud. De hoofdinspecteur zei zelfs dat hij bij het horen van de eerste drie of vier zinnen hij al kon oordelen over die bevlogenheid. De concrete leerplandoelstellingen zijn dus niet het enige aspect waar rekening mee gehouden wordt.

Het overkoepelende systeem is ook niet te negeren. De inspecteurs onderzoeken dan ook hoe de organisatie van een school in elkaar zit en welke personen door de leerlingen kunnen geraadpleegd worden in een bepaalde situatie. Leerlingenbegeleiders en aparte graaddirecteurs zijn dus een groot pluspunt. Bij dat systeem worden bovendien de veiligheidsvoorschriften gerekend, die niet door de inspectie zelf beoordeeld maar wel geanalyseerd worden om de betrouwbaarheid ervan te kunnen verzekeren.

Wat niet ter sprake komt, is het sociale aspect van de school. Elke leerling zit hier dagelijks zeven lesuren en komt in contact met heel wat verschillende mensen verspreid over alle jaren: naar school gaan is dus vooral een sociaal gebeuren. Helaas is de inspectie daarin niet geïnteresseerd. Ons welbevinden wordt dus bijna niet onderzocht of besproken. Men is dit niet helemaal uit het oog verloren, want als er in de school zelf onderzoek verricht werd naar het welbevinden van leerlingen – wat ook het geval is aan de hand van een enquête in het tweede en vierde jaar – leest de inspectie de verslagen daaromtrent wel grondig na. Alles wat te maken heeft met ‘interne kwaliteitsbewaking’, zoals de hoofdinspecteur dit noemt, moet dus vertrekken vanuit de school zelf.

Daarom gaat Reada zelf op inspectie en betrekt hier zoveel mogelijk leerlingen bij. We geven iedereen de kans om zijn mening te zeggen aan de hand van enquêtes. De onderwerpen die de inspectie vergat te inspecteren en de personen die ze vergaten te betrekken krijgen van ons de nodige aandacht. Elke stem mag immers gehoord worden!


geschreven door

Mayte Martín Díaz


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.