Nachtelijke uitstap

De avond is eindelijk gevallen en de gangen zijn donker. Ik fluister dat we tevoorschijn kunnen komen. De piepende scharnieren van de krappe kast waaruit we kruipen, verraden onze aanwezigheid. Ik hoop echt dat iedereen weg is, want anders zouden we in de problemen kunnen komen. Ik leid Iris naar het zwakke licht van de gang en probeer de deur van het dichtstbijzijnde klaslokaal te openen. Eerst lijkt de deur mee te geven, maar dan blokkeert het toch. We sluipen verder door de zwak belichte gangen en proberen alle deuren te openen. Haar hand tintelt van de spanning en ik neem het in de mijne. We komen niet in de problemen, zeg ik haar, ze zullen het niet te weten komen.

We passeren via de chemielokalen en lopen snel over de speelplaats door naar het hoofdgebouw. Hier zal vast een lokaal zijn waar we binnen kunnen. Het is al elke keer gelukt. Maar hoewel we het al zo vaak gedaan hebben, is Iris elke keer even nerveus, misschien zelfs meer. Ik moet toegeven dat ik ook nog wel altijd gespannen ben, maar ik vertel mezelf dat er niets zal gebeuren. Het is al elke keer gelukt. Wanneer ik de buitendeur open, blijft Iris ineens staan. Ik vraag haar wat er is en ze zegt dat ze een slecht voorgevoel heeft. Ik troost haar door een zachte kus op haar lippen te drukken. Uiteindelijk betreden we het gebouw en dwalen we weer door de gangen. Bij het lokaal waar we normaal binnen raken, blokkeert de deur ook. Het lijkt wel alsof er iets onder de deurklink is gezet langs de binnenkant.

    – Ik open de deur met een zwaai. Iris en ik sluipen giechelend het klaslokaal binnen en doen de deur snel terug toe. We leggen onze rugzakken zacht op het bureau van de leerkracht en gooien onze jassen erbij. We verzetten alle banken zo snel en stil mogelijk naar de zijkant van het lokaal en schuiven de kast achteraan traag enkele centimeters naar voor. Erachter bevindt zich onze geheime opslagplaats. We halen de harde houten plaat, die we elke keer met zorg terug vastmaken, eraf. Iris glimlacht en geeft me tientallen kusjes in mijn nek. Ik glimlach ook. –

 

Mijn herinnering wordt plots onderbroken door een zacht getik. In mijn ooghoek blijft Iris verstijft staan. Ik geef haar een geruststellende blik, maar ook mijn hart gaat tekeer. Voor we achter de muur op het einde van de gang kunnen duiken, zie ik een schaduw verschijnen. Eerst denk ik dat het een leerkracht is, maar de schaduw is gigantisch. Veel groter dan een normale schaduw van een normaal mens. Is dit hoe we betrapt zullen worden? We draaien onze hoofden langzaam naar de richting van het figuur en mijn mond valt open. Een lege gang gaapt ons toe.

 


Geschreven door

Charlie Denies
Emma Rombouts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.