Socratisch Gesprek

 

VRAAGSTELLING: Is kennis absoluut en wat zijn hierbij de implicaties van deze opvatting voor ons begrip van de waarheid?

“De wereld is in zijn essentie goed, omdat elke dogmatische, jonge ziel steeds weer breder zal reïncarneren.”

De wereld om mij heen onthult zich soms als een ondoorgrondelijk mysterie. Gaza, Oekraïne, Afghanistan, Jemen, christenvervolging, vrouwenbesnijdenissen, terreuraanslagen, het uiteenrukken van geïmmigreerde gezinnen – een aaneenschakeling van onrecht en lijden. Waarom worden bommen geworpen, waarom heerst honger, waarom wordt er dood en straf uitgedeeld?  Hoe kan het dat een wezen, begiftigd met zo’n buitengewoon intelligent en complex brein, erin faalt om zijn geweten zodanig te leiden dat het niet uitmondt in de gruwelijke realiteiten van sommige, hedendaagse horrorsamenlevingen?

Diep vanbinnen rijst de vraag: bestaat er niet in ieder van ons een allesomvattende kennis, een absolute wijsheid die boven al het kwaad in de wereld uitstijgt? Is er niet, als een fundamenteel respect voor de mensheid, een gemeenschappelijk recht op het schrijven van een universele, humane existentie? Ligt er in ons denken een intrinsiek, absoluut karakter dat ons de hoop op eenheid schenkt, en daarmee het geloof in een positieve toekomst voor de wereld voedt?

Met deze gedachten baseerde ik me op mijn vraagstelling voor het onderstaande Socratische gesprek: Is kennis absoluut en wat zijn hierbij de implicaties van deze opvatting voor ons begrip van de waarheid?

 

 

Socratisch gesprek (spreker is anoniem):

 

K: Is kennis absoluut?

L : In sommige gevallen is kennis absoluut.

K: Wat zijn dan die sommige gevallen?

L : Kennis is absoluut wanneer het wetmatigheden beschrijft in de fysieke realiteit.

K: Waarom enkel in de fysieke realiteit?

L : Bijvoorbeeld, water kookt bij 100 C°, dat is een wetenschappelijk feit. Het is meetbaar en je kan het wetenschappelijk bewijzen.

K: Kan in een transcendente realiteit kennis dan niet absoluut zijn?

L: Kennis is dan een individuele waarheid.

K : Is die waarheid dan relatief?

L: Ja, het zijn ethische waarheden.

K: Wat houdt dat in, een ethische waarheid?

L:  Het zijn waarden die voor iedereen verschillen, allemaal afkomstig uit ieders geweten. Ze zijn individueel. Voor de ene zal het ethisch goed zijn iemand te doden, uit zijn idee het vaderland te moeten verdedigen. Ze zijn van intuïtieve aard.

K: Staat die individuele, ethische waarheid dan boven de fysieke, meetbare waarheid?

L: Ze zijn niet vergelijkbaar, zij bestaan naast elkaar. Als ik het me nog goed herinner, zag Aristoteles veel meer de fysieke, meetbare realiteit. Het begon met hem, terwijl Plato veel meer de spirituele waarheid en het geweten belangrijk vond. Er is toen een verschuiving gebeurd.

K: Moeten we het begrip kennis dan dualistisch opsplitsen om waarheid beter te kunnen vatten? Of zie je meer vormen buiten het materiële en het spirituele?

L : Ik zie er twee. De materialisten geloven enkel in het bewijsbare, het meetbare. Zij geloven niet in een spirituele realiteit en zijn niet bezig met geloof. Ik heb een grote interesse in de werking van het brein:

Hier zie je een opdeling van het brein (zie foto in bijlage)

De I staat voor imagination en creativiteit. Ons brein is een groot archief en wanneer we zoals Socrates de juiste vragen weten te stellen, geeft het ons creatieve oplossingen. De E staat voor onze emoties. We vechten, vluchten of verstijven. Bijvoorbeeld, ik heb voor mijn job veel in het verkeer gezeten en reageerde agressief, emotioneel naar sommige camioneurs. De D van doing staat voor logica en rationeel denken. Het denkt in taal en kan dus waarheid absoluut maken. Hier kan je de materialisten terugvinden.

De S van saliency staat voor ons geweten. Wanneer het geactiveerd wordt, zullen we mededogen hebben met onze medemens. Het staat voor sociale vaardigheid.  Immanuel Kant verwoordde het correct toen hij zei: “Ik moest ratio opzij zetten om bij mijn geloof te komen”. De neurowetenschapper Tony Jack vergelijkt het dan weer met een wipplank. Ofwel is het ene actief ofwel het andere. Ik geloof dus niet dat je rationeel actief kan zijn, terwijl je gelooft. Dit zijn twee verschillende neurologische netwerken. Het is dus onze taak als mens beiden te cultiveren.

K: Wat houdt dat geloof in, dat je tegenover het rationele denken zet ?

L : Het geweten, actief in het S-deel van ons brein: een geloof dat er iets meer is dat je overstijgt. Ik denk dat het probleem van onze tijd is dat de ratio niet erkent dat er meer is dan dat wat we kunnen waarnemen met onze zintuigen. Stress verhindert dat we tot zelfreflectie komen en dus niet, in ontspanning ons geweten consulteren en aldus het Saliency-netwerk activeren. Het Saliency-netwerk is het laatst ontwikkeld in ons brein. Zowel een jonge als een oude ziel kan zijn geweten raadplegen. De tragedie is dat door het overwaarderen van de ratio we niet tot zelfreflectie komen.

K: Wat bedoel je juist met jonge en oude zielen?

L : Ik geloof in jongere en oudere zielen, een evolutie van individuele, ethische waarheden over verschillende levens heen. Iemand die zwart-wit denkt, dat is voor mij een jonge ziel en zijn geweten is anders dan bijvoorbeeld bij Socrates die nadacht, omdat deze persoon deze dus ook minder aanreikt en in dat D-deel blijft plakken. Een jonge ziel zou zeggen, alles voor Athene en wij hakken de Spartanen in de pan. Zij denken dat zij de goede zijn en andere slecht, een typisch wij-zij denken. Socrates stelde dat in vraag en kwam dichter door zelfreflectie bij een hogere waarde, los van het groepsdenken.

Een oudere ziel ziet zoals Socrates nuances en heeft een gevormd geweten. Jongere zielen hebben dus een ander geweten dan oudere zielen. Ik haal de houding van de Taliban aan naar vrouwen. Ik wil niets met zulke mensen te maken hebben en ik hoop dat zulke mensen niet in te grote aantallen naar België komen. Ze hebben nog twintig levens nodig om de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen te respecteren. Mijn ziel verdraagt zulk macho gedrag niet meer in een land als België.

K: Heeft de ontwikkeling en de evolutie in de ziel dan iets met cultuur te maken?

L:  Ja, in groepsbewustzijn doe je wat het geweten van de groep je wordt opgedragen. In België wordt individuele vrijheid meer gerespecteerd, hoewel we ook van ver komen. Ik hoef niet, in tegenstelling tot Afghanistan of Iran, moslima te zijn. Ik mag zeggen dat ik de Islam niet interessant vind, zonder dat mijn hoofd afgeschoten wordt. Individueel bewustzijn heeft een eigen gevormd geweten.

Mijn vader was nog een overtuigde katholiek en vond dat homo’s criminelen waren. Mijn broer, die zich uitte als homo, heeft zelfmoord gepleegd. Mijn vader zat vast in een katholiek groepsdenken, in een zwart-wit denken. Wat de paus zei, dat was waarheid. Aan het einde van zijn leven had hij echter een evolutie. Hij verzette zich erg toen ik vanuit de Steiner filosofie voor kinderen met een mentale beperking zorgde. Hij vond dat ik dat moest doen in een katholieke instelling. Maar, op het einde van zijn leven, toen hij mij bezocht in een antroposofische Steiner gemeenschap in Engeland en een jongen met down syndroom voor hem blokfluit speelde, kreeg hij tranen in zijn ogen. Ik denk dat hij toen besefte dat je het juiste kan doen vanuit een ander geloof en kwam hij wat los van dat katholieke groepsdenken. Dat is ook waarom ik geloof in een vooruitgangsdenken. Ik ben nu wel een oudere ziel, maar ik heb ook ooit gemoord in de naam van God en mijn land. De wereld is in zijn essentie goed, omdat elke dogmatische, jonge ziel steeds weer breder zal reïncarneren.

K: Is er dan een eindbestemming voor de ziel? 

L: We hebben allemaal een geweten, maar het is niet in dezelfde mate ontwikkeld. Voor mij is het een realiteit dat er jongere en oudere zielen zijn. Als reïncarnatie bestaat, kan je zo denken. Ik geloof in de vooruitgang van de ziel, een reïncarnatie, de mens als lichaam en ziel, zoals Plato dat ook verwoordde. Die vooruitgang, die evolutie, die stopt nooit. Bijvoorbeeld voor mij heeft Obama een rijker geweten dan Trump. Trump wil gelijk halen en denkt zwart-wit. Hij komt niet meer bij zijn geweten. Obama is veel empathischer en heeft sociale voorzieningen doorgevoerd. Hij heeft meer evolutie in zijn geweten doorgevoerd, maar over een eindbestemming kan je niet spreken. Dan moet individuele waarheid in principe gelijk gesteld kunnen worden aan de absolute waarheid.

K: Dus hoe meer je evolueert in je kennis, hoe wijzer je wordt?

L : Het gaat niet zozeer over kennis, maar wel over ervaring. Kennis is iets anders dan ervaring. Ik kan boekenwijsheid hebben, maar dat is geen ervaringswijsheid. Uw geweten wordt gevormd door je ervaring, niet door kennis in je hoofd te stoppen. Dat is goed voor die materiële, absolute waarheid, niet voor de innerlijke waarheid.

K: Zorgt meer ervaring dan voor meer wijsheid in de mens?

L : Ja, op voorwaarde dat je tot zelfreflectie kan komen. Zelfreflectie is heel belangrijk in de vorming van je geweten, wijsheid en waarheid. Zelfreflectie zal het Saliency netwerk activeren en ons geweten wordt dus actief. Stress verhindert de activatie van dit gebied. Stress is heel gevaarlijk omdat je het neurologisch proces om tot zelfreflectie te komen niet kan maken. Een gezond brein schakelt dus tussen het Executive (D), Default (I) en Saliency (S) netwerk.

K: Kan volgens jou iedere ziel tot zelfreflectie komen, zelfs een terrorist?

L : Iedere ziel kan tot zelfreflectie komen, dat zit ook in mijn positief vooruitgangsdenken. Je kan echter het saliency netwerk, dat activeert wanneer je reflecteert over je innerlijke waarde, beschadigen. Bijvoorbeeld extreme woede vernietigt die delicate cellen. Als je het geweten beschadigt, beschadig je ook de hersenen!

 

 

Mijn gesprekspartner nam ons mee op een fascinerende reis door de complexe rijken van kennis, waarheid, en de menselijke ziel. Haar overtuigende betoog over de absolute aard van kennis in de fysieke realiteit, gecombineerd met haar inzicht in het brein als een samenspel tussen verbeelding, emoties, logica, en geweten, biedt een verhelderend perspectief op de catalogisering van kennis.

De aard van kennis is niet eenduidig absoluut. Kennis heeft een potentieel absoluut te zijn in de fysieke realiteit, waar wetmatigheden meetbaar en bewijsbaar zijn. Echter, in transcendente realiteiten wordt kennis als individuele, ethische waarheden gezien, afkomstig uit het geweten. Ze nodigt voor deze duale kijk uit tot een holistische visie: zowel objectieve, meetbare aspecten als de subjectieve, ethische dimensies worden erkend en gewaardeerd. Ze benadrukt hiermee het belang van een gebalanceerd brein, met de nadruk op de absolute logica en het ethische geweten. Deze moeten we beide in ons leven cultiveren, niet enkel de ratio, wat het probleem is uit de maatschappij van vandaag.

Ze waarschuwt ons voor de gevolgen van het niet balanceren van het brein, vooral voor jonge zielen die vatbaar zijn voor simplistisch denken en het gevaar van culturele impact op onze individuele overtuigingen. Te midden van deze waarschuwingen en inzichten blijft ze vasthouden aan een boodschap van hoop. Ze spoort ons aan te blijven geloven in vooruitgang, om niet te verzinken in pessimisme. Haar geloof in de evolutie van de ziel, over levens heen, belicht de verrijking van het geweten door ervaring en moedigt aan tot een nuance in ons denken. Ze maakt duidelijk dat zelfreflectie de sleutel is, de katalysator die het geweten activeert en ons leidt op verkenning naar diepere lagen van waarheid in onze complexe wereld.

 

 

Karel Stoffelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.