Bijzondere verhalen 1: Fatima

Reada gaat sinds deze week op zoek naar leerlingen op onze school met een boeiende achtergrond en legt hen het vuur aan de schenen. Deze week: Fatima Noori, leerling in het tweede middelbaar.

 

“Als kind heb je veel meegemaakt, kan je ons even kort vertellen over je ervaringen, want we interviewen mensen met een boeiende achtergrond hier op school en daar hoor jij zeker bij. Kan je even duidelijk maken voor alle mensen die jou niet kennen, wat je hebt meegemaakt?”

“Als kind heb ik inderdaad veel meegemaakt. Ik was heel koppig en eigenwijs en ik ben geboren in een cultuur waar ik totaal niet bij pas. Dus als klein meisje was ik heel koppig, ik wilde naar school en ik wilde zoals een jongen zijn. Ik vond het niet eerlijk dat ik niet zoals een jongen was. Ik deed dan ook de stoutste dingen. Als klein meisje mag je niet zomaar tegen volwassenen praten of hen tegenspreken of tegen een man praten. Ik deed dat dus allemaal wel en dat paste niet. Omdat je je daar zo moest gedragen als een prinses, altijd rechte rug, hoofd omhoog, altijd ‘ja meneer’, ‘ja mevrouw’, ‘ja mama’ of ‘ja papa’ zeggen, je moet kunnen koken, breien en alle andere huishoudelijke dingen en ik wilde dat niet, mocht ik niet omgaan met de andere meisjes van het dorp. Dus heel mijn jeugd in Afghanistan was ik een klein, eenzaam meisje dat alleen maar koppiger en koppiger werd.”

 

“Je hebt een boek geschreven waarin je schrijft dat je gevlucht bent. Kan je ons daar iets over vertellen?”

“We zijn plotseling gevlucht vanuit Afghanistan. Ondertussen is heel Afghanistan overgenomen door de Taliban, maar toen ik vluchtte was dat alleen mijn dorp. De vlucht was moeilijk, want het was met smokkelaars, …. Als je nu naar de gebeurtenissen in Oekraïne kijkt, is dat heel herkenbaar voor mij. Alleen is het enige verschil dat heel Europa achter Oekraïne staat en dat is zo niet bij Afghanistan.”

 

“Denk je dat het beter had moeten aangepakt worden? Dat Europa ook achter Afghanistan had moeten staan?”

“Jazeker. Ik vind dat Europa Afghanistan zeker had moeten ondersteunen. Alles is nu overgenomen door een groep en duizenden mensen wonen op straat, worden als slaven gebruikt alsof we terug in de Romeinse tijd zijn.”

 

“Hoe oud was je toen je vluchtte?”

“Acht jaar. Ik ben vijf maanden onderweg geweest. Het is een reis te voet, met het openbaar vervoer, met de boot.”

 

“Hoe was het om in België naar school te gaan? Hoe was het om in een nieuwe cultuur gegooid te worden?”

“Ik ben heel nieuwsgierig, dus ik vond het heel leuk dat ik hier naar school kon gaan. Voor ik naar school ging, waren we in een centrum in Turnhout waar ik niet naar school mocht omdat ik jonger dan 12 jaar was. Daar heb ik wel Nederlands geleerd door het te spreken, want ik wilde die taal echt leren. Ik had mezelf verplicht om die taal te leren en niet op te geven. Zo had ik de taal op een jaar leren spreken, ik kon nog niet lezen of schrijven. Toen ik naar school ging, zat ik ineens in een klas met Belgen, want normaal moet je eerst naar een OKAN-school (school voor anderstaligen zonder Belgische nationaliteit waar je zo snel mogelijk Nederlands leert, red.), maar omdat ik al Nederlands kon spreken, hebben ze mij niet naar zo’n school gestuurd. Ik zat dus ineens tussen Belgen en dat was heel raar, omdat je de enige bent die anders is dan de rest. Gelukkig is het wel snel goed gekomen, want ik ben heel sociaal en heb snel vrienden kunnen maken en goed met leerkrachten kunnen omgaan. Zo is mijn Nederlands beter geworden en heb ik leren schrijven en lezen en dus nu zit ik hier op Sint-Rita.”

 

“Zijn leerkrachten en directie altijd goed omgegaan met jouw situatie?”

“Niet altijd. Eerst zat ik in een lagere school waar ik veel racisme meemaakte. Vooral vanuit de kinderen, soms ook vanuit de leerkrachten. Gelukkig was de directrice heel vriendelijk. Toen ik daarna naar een lagere school hier in Edegem kwam, maakte ik nog maar weinig racisme mee. Op Sint-Rita maak ik natuurlijk ook nog racisme mee, maar ik probeer altijd uit te leggen dat je niet anders tegen mij moet doen omdat ik niet van hier ben. Soms begrijpen ze het niet, soms wel. Als mensen mij uitschelden kan ik daar niet echt mee communiceren, maar ik probeer er mee om te gaan.”

 

“Sint-Rita is eigenlijk een heel witte school, zeker in de hogere jaren.”

“Ja toen ik hier in de eerste week naar school kwam, was ik echt zo van ‘wow wat is dit’. Ik kende niemand uit mijn klas en iedereen was Belg en allemaal hetzelfde. Dat was allemaal even wennen. De meesten hadden wel niet meteen door dat ik geen Belg ben.”

 

“Denk je dat je verhaal je sterker heeft gemaakt?”

“Jazeker. Is er niet zo’n gezegde: ‘na elke val word je een stukje sterker’? Het heeft mij zeker een sterkere wil gegeven. Vooral ook dat ik meer ben beginnen geloven dat niets onmogelijk is. In mijn hoofd bestaat onmogelijkheid niet. Elke mens kan bereiken wat die wilt. Het gaat niet uit de lucht vallen, je moet natuurlijk wel actie ondernemen.”

 

“Ben je nog steeds trots op je achtergrond of wil je dat deel van jou liever vergeten?”

“Ik ben heel trots op mijn moederland, ik wil dat zeker niet vergeten. Ik hoop dat het daar snel beter word en ga er alles aan doen om mensen die hier zijn van mijn moederland te helpen. Ik ben daar zeker heel trots op.”

 

“Zou je ooit nog willen terug gaan?”

“Ik denk dat dat niet echt kan, want dan ga ik onthoofd worden *lacht*. Maar als het daar ooit veilig is en de regering is vrouwvriendelijk en meisjes en vrouwen mogen doen wat ze willen, wil ik zeker terug gaan. Het is een prachtig land met super mooie natuur.”

 

“Je zei daarnet dat je je helemaal niet thuis voelde in de cultuur van Afghanistan. Is dat in België wel zo?”

“Absoluut niet. Ik hoor nergens echt bij. Ik voel me niet echt in een enkele cultuur thuis, elke cultuur heeft voor- en nadelen. Ik probeer uit elke cultuur voordelen te halen en zo een nieuwe cultuur te creëren. Ik vind dat ieder mens dat zo voor zichzelf moet doen. Door het volgen van een bepaalde cultuur heb je veel beperkingen, je houdt zo jezelf tegen om bepaalde dingen te doen of te durven, omdat het niet in die cultuur past. Ik vind dat je als persoon je eigen cultuur moet vinden. Als je het zoekt in jezelf dan vind je het ook.”

 

“Wat zijn zo enkele grote verschillen tussen Afghanistan en België?”

“In Afghanistan is er heel veel natuur. Ik kende daar ook geen sociale media, smartphones en schermen. Hier is dat heel extreem: elk lagereschoolkind heeft al een smartphone en iedereen zit op TikTok. Dat is een heel groot verschil. Daar leven ze heel erg met de kracht van de natuur en hier is het heel erg ‘robots, schermen, technologie.’”

 

“Je hebt een boek geschreven over je vlucht en de periode daarna. Heb je nog verdere schrijfambities?”

“Ja natuurlijk. Ik ben wel bezig met enkele dingen, maar dat is nog niet voor direct. Ik ben ook bezig met een vervolg op dit boek, maar ook niet voor direct.”

 

“Bedankt voor het interview.”

“Geen probleem.”

Het boek van Fatima – Fatima Noori is in elke boekhandel en online beschikbaar. Extra info over Fatima is te vinden op haar website: http://fatima-noori1.webnode.be//

 


Aangevraagd door

Ymke Cox
Charlie Denies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.